Een Vipassana meditatiecursus, net over de grens in België… Nog nauwelijks bekomen van mijn Asser capriolen, na enkele dagen alweer op weg naar dit voor mij nog onbekende fenomeen.

Ik wist dat ik de hele cursus niet mocht spreken, zelfs geen oogcontact of gebaren mocht maken…, geen telefoon, lees- en/of schrijfwerk.., vegetarisch voedsel, geen koffie, geen alcohol, tabak, medicijnen of drugs… Verder beloven om zich te onthouden van het doden van welk levend wezen dan ook… ( Ik had niet direct plannen in die richting…), zich onthouden van stelen, liegen en seksuele activiteiten. Om vier uur opstaan, acht tot tien uur per dag mediteren en niet van het terrein af… Mmmm…

Bij aankomst kon ik nog wel kennismaken met m’n kamergenoot: Geert, een zeer vriendelijke, bescheiden Belg uit Aalst. Hij werkt ook als fysiotherapeut in het ziekenhuis van deze stad. Ik zei: “Gij woont dus in de schoonste stad van uw land..!” Hij keek mij niet geheel begrijpend aan en begon gelijk over Brussel en Gent…, maar ik repliceerde: “Awel, maar in Aalst staat een Honda fabriekske…!” Nou, dat kon hij wel weer waarderen, hij reed zelf ook op een Honda Shadow… Hierna begon de stilte… De tweede kamergenoot arriveerde laat en bleek op de afgesloten parkeerplaats een zeer dure Porsche gestald te hebben. Ik was wel nieuwsgierig naar zijn beweegredenen en achtergrond, daar piloten van dit soort voertuigen doorgaans toch een redelijk laag geitenwollensokkengehalte hebben, iets wat ik kennelijk hardnekkig met dit soort cursussen associeer… (oordeel, oordeel, enz.) Maar we mochten al niet meer spreken (“edele stilte”).

De volgende morgen, donderdag, begon de cursus echt… en om vier uur op dus… De eerste dagen mediteren met uitsluitend aandacht op de ademhaling… Dit om de geest rustig te krijgen en je te kunnen concentreren. De basis is “Sila”: moreel gedrag… en basis voor de ontwikkeling van “Samãdhi”: concentratie van de geest en de zuivering van de geest wordt tenslotte verkregen door “Pannã”: wijsheid door inzicht… Welnu, als dat zou kunnen…

Het bleek niet alleen mentaal een hele opgave…, ook fysiek viel het alles behalve mee. Ik kan eigenlijk al moeilijk stilzitten, zeker niet zo lang en al helemaal niet op de grond, ook al ligt daar een vrij mager kussentje. Ik had al snel een stoel bemachtigd en dat mocht gelukkig…, er waren meer licht gehandicapten onder de deelnemers die zulks deden. Er waren overigens zo’n tachtig cursisten, evenveel mannen als vrouwen en strikt gescheiden. Anderen hadden speciale meditatie krukjes, meestal met allerhande zit- en steunkussentjes. Het was de bedoeling om minimaal drie sessies per dag een uur volkomen stil zittend te mediteren. Het lukte me uiteindelijk een paar keer… De rest van de meditatie uren kon je dan wat experimenteren met zithoudingen en kiezen: In de zaal of op de kamer.

Tijdens de maaltijden in de eetzaal en het lopen in de tuin kon ik het niet laten anderen te observeren, wat eigenlijk niet de bedoeling was… Naast Hollanders en Belgen, waren er ook andere Europeanen. Zo zag ik een Duitser, die sprekend (maar dan zwijgend en stil) op een jeugdige versie van Karl Marx leek. Een Belg die iets weg had van neef Wout, maar aanzienlijk tengerder en donkerharig…, hij geleek ook wat op een Dobermann, maar dan vriendelijker… Hij had een bobbeltje tussen zijn rechteroor en zijn onderkaak wat tijdens het kauwen naar buiten kwam, tegelijkertijd wipte zijn oor dan op en neer… Er was een soort Griekse Volendammer, althans daar vond ik hem op lijken en hij kuierde zoals vissers dat vroeger deden: Linkerbeen naar voren, gelijk met de linkerschouder… Ik deed dat vroeger ook een tijdje, maar dat was noodgedwongen: Moeder had van ultra zwaar ribfluweel een broek gefabriceerd, die zeer eenvoudig rechtop bleef staan, wanneer je er uiteindelijk uit wist te komen. Moe vertelde later dat die stof voor bankstellen gebruikt werd…(broeder Vonk), ik voor mij denk veeleer dat er kazematten van buiten mee bekleed werden… In ieder geval zat de zwakke plek van het onderharnas bij de gulp… Daar wilde hij wel knikken en aldus voornoemde “kuierpas” mogelijk makend…

Verder een zeer magere man met een nogal rechte en platte neus en een hazenlip. Hij keek wat schichtig en leek erg op Retort, het hulpje van de professor uit de Muppetshow. Hij was zo mager dat hij met gemak lantaarnpalen aan de binnenkant zou kunnen schilderen…, mits aan zulke arbeid enige behoefte zou zijn natuurlijk.

Dan was er nog een vermoedelijke Zwitser. Hij was wat kort gebouwd en zeer onhandig. Hij deed bijvoorbeeld steeds oefeningen na het mediteren om zijn spieren wat te ontspannen…, dan tilde hij een been omhoog waarbij hij steeds bijna omviel… Hij had heel donker haar met een zeer brede scheiding…; waarschijnlijk een nazaat van Wilhelm Tell waarop ook met een kruisboog geoefend was…, iets te laag gemikt, vandaar die scheiding. Hij had ook zeer grote oren, waarmee hij met lichte bries ongetwijfeld op een surfplank zonder zeil het meer van Genève zou kunnen oversteken… Tenslotte Rory Gallagher, althans zo noemde ik hem in gedachte; een knalrode Kelt, die absoluut en zonder twijfel uit Ierland moest komen of anders minstens uit Schotland… Het vuur schoot zo nu en dan uit zijn ogen en hij kon bijna niet rustig bewegen. Tijdens het wandelen vloog hij voortdurend iedereen voorbij… Er waren nog veel meer indrukwekkende mensen, maar ik laat het hierbij.

Op een dag zat ik naast Willem Tell junior, tijdens de maaltijd. Hij zat wat op Mr. Bean-achtige wijze met een zakdoekje aan zijn verkouden neus te prutsen, tot hij plotseling moest niezen. Hij deed dit zo krachtig dat zijn bord vrijwel meteen geheel leeg was en dat van mij weer een stuk voller… Ik had echter ineens niet zoveel trek meer.

Ter aankondiging van de diverse sessies, of maaltijden klonk er steeds een luide gong. Die hing buiten aan een boomtak en was overal hoorbaar. Mijn kamergenoot Geert, de Belg, was steeds zeer alert en vrijwel immer als eerste bij de meditatiehal of de eetzaal. Hij kwam al in actie vóór de gong… Dit viel nogal op en later probeerde hij zich wat in te houden en een beetje links of rechts af te slaan, maar toch wel steeds evengoed als eerste te arriveren… Ik vond het erg knap.

De maaltijden waren dus eenvoudig vegetarisch, maar meestal wel erg goed en smakelijk. Ik wist soms in het geheel niet wat het was, maar och… Het smaakte beter dan de tulpenbollen die ik in de oorlog altijd moest eten… Grappig was wel dat de ontlasting mij erg deed denken aan de Olvaritluiers van Merijn en Tom van vroeger, om even met een Zaans kwartiertje te besluiten. Na het eten was het de bedoeling even zelf je bord en bestek af te wassen. Ik zat weer eens naar Willem T. te kijken terwijl hij zorgvuldig aan het afwassen was. Er stond onder de afwastafel een klein rond pedaalemmertje met een wat afgestompt pedaaltje… Hij stond met zijn schoenpunt precies boven dat stompje en omdat hij zich bij zijn schoonmaakwerkzaamheden steeds naar voren boog, wipte het dekseltje steeds onopgemerkt omhoog als het bekje van Kermit… Ik zag het echter wel en kon mijn lachen bijna niet houden bij het aanschouwen van deze onbedoelde Muppetshow…

Het was verder toch wel vreemd om de hele periode als Zombies over het terrein of door de gebouwen te gaan. Mensen leken hierdoor ook humeurig of soms zelfs onaardig. Het viel ook niet mee en hoewel iedereen beloofd had tot het einde te blijven haakten er uiteindelijk toch een paar mensen af, een stuk of vier vijf. Daar was in ieder geval een wat oudere man bij die waarschijnlijk diabetes had en kennelijk teveel ontregeld was geraakt door het nogal afwijkende leefschema.

Na negen dagen mochten we dan eindelijk op zaterdagmorgen rond tien uur weer spreken…! Dat was een vreemde gewaarwording. Ik was mijn stem zowaar een beetje kwijt! Er kwam een wat hees geluid uit en het duurde wel een uur voordat ik weer een vertrouwd geluid kon produceren…

Er kwamen nogal wat apen uit mouwen: Rory was helemaal geen Ier of Schot, maar geboren en getogen Amsterdammer… Mijn derde kamergenoot en Porscheman was een hoge pief met functies in verschillende raden van commissarissen van diverse multinationals en meestal werkzaam in het midden oosten, maar een uitermate aardige vent waarmee het prima praten was. Iedereen bleek eigenlijk gewoon erg aardig… Geert bleek verder veel van het Boeddhisme te weten en was ook al veel in het verre oosten geweest. Ik wist al dat hij een goede voetballer was geweest, maar vroeg hem nu op welke positie hij vroeger speelde. Zijn antwoord verhelderde weer een hoop: “Awel, ik was altijd vooraan hè, ‘ne echte spits…!”…

Zondagmorgen mochten wij onze kamer zelf even schoonmaken en daarna ging iedereen weer huiswaarts…

Het was een zeer bijzondere ervaring, waar ik erg veel van geleerd heb.

Bijzonder was ook dat de hele cursus min of meer gratis was… Er werd door oud studenten gekookt en gewerkt aan onderhoud van gebouwen en tuin… Door op zaterdag een vrijwillige bijdrage te doneren kon iedere cursist iets terugdoen. Dat werkt dus echt…! Er wordt namelijk nog steeds uitgebreid op het terrein en de meditatie hal was bijvoorbeeld net nieuw…

Op de terugweg heb ik nog twee deelneemsters meegenomen die de heenreis per trein en bus hadden gedaan, maar in Alkmaar en Kolhorn bleken te wonen en het wel fijn vonden met de Toyota mee terug te kunnen. Gerrie uit Kolhorn bleek een doorgewinterde Vipassana beoefenaar te zijn die de cursus reeds zes maal had gedaan en in Schagen op de Witte Paal(!) een centrum voor o.a. Taichi en Qigong drijft, samen met haar man… Verder is zij ook actief met Chinese geneeskunde… Ik ben ook op de terugreis al doende nog weer veel wijzer geworden… Mooi!

Ernst